Morvan Gazette
Archives
"Marché de Noël de Lormes"
SIGN UP FOR OUR NEWSLETTER
Op een winterochtend in Lormes is het alsof het dorp zichzelf opnieuw uitvindt. De lucht hangt laag, stil bijna, maar onder die stilte voel je een zachte spanning — een verwachting die tussen de gevels hangt als sluimerende sneeuw. En wanneer de klok negen uur nadert op zaterdag 6 december, begint het ineens: de Marché de Noël ontwaakt.
Aan de rand van het plein, waar de bakker zijn eerste baguettes naar buiten schuift, zie je een stroom mensen naar de Salle Polyvalente bewegen. Sommigen met wollen mutsen, anderen met hun handen diep in de zakken gedrukt, allemaal op weg naar dat jaarlijkse feest dat Lormes verandert in een klein lichtpunt in de Morvan.
Binnen heerst een warmte die je meteen omarmt. Het is geen kunstmatige warmte, maar die van mensen — van stemmen, lachen, dikke jassen die worden uitgetrokken, en kinderen die met rode wangen langs de tafels hollen. Meer dan dertig exposanten hebben hun schatten uitgestald: keramiek dat glanst als natte klei onder het winterlicht, wollen mutsen die ruiken naar verse wol, handgemaakte juwelen die stilletjes fonkelen, en kerstdecoraties die haast te mooi zijn om maar één maand per jaar uit de doos te halen.
Dan is er het eten — altijd een klein feest binnen het grote feest. De geur van gaufres zweeft traag door de zaal, marrons chauds knetteren in hun metalen bak, en ergens staat een pan choucroute te pruttelen alsof hij al sinds de vroege ochtend wacht op precies jouw kom. Het is de soort geur die je even aan je mouw doet snuffelen wanneer je weer naar buiten gaat, alsof je hem mee naar huis wilt nemen.
Op het podium wisselen kinderen en artiesten elkaar af. Eerst de traditionele dans van Les Pintades, dan de acrobaten van het circus, hula-hoops die rondflitsen als ringen van licht. Rond vier uur vult de stem van John Weill de zaal, warm en helder, en je ziet mensen die blijven staan terwijl ze eigenlijk al op weg waren naar de uitgang.
Maar het hoogtepunt van Lormes ligt zoals altijd later op de middag, wanneer de schemering al op de ramen klopt. Theano betreedt het podium, en het vuur wordt aangestoken. Niet het woeste vuur van spektakel, maar dat bijna poëtische vuur dat cirkelt, draait, buigt in de lucht. De kinderen worden er stil van, volwassenen ook. Het is het soort stilte dat alleen ontstaat wanneer iets je raakt zonder dat je precies weet waarom.
Aan het eind van de dag wandelen mensen de donkere straten van Lormes weer op, handen vol tassen, harten vol decemberwarmte. En zoals elk jaar lijkt het dorp zelf tevreden te glimlachen, alsof het weet dat het nog even mag schitteren voordat de lange winter begint.
Misschien zie je me daar, onder een van de lantaarnpalen, met een papieren zak vol gaufres en marrons chaud, terwijl ik luister naar het zachte geroezemoes dat door de avond glijdt. |

